Ga direct naar de inhoud

Checklist WBTR: zo voorkom je als bestuurder persoonlijke aansprakelijkheid

Vier mensen zijn in gesprek rondom een bureau met daarop hun laptops en notitieblokken opengeklapt.

Met de invoering van de WBTR kunnen bestuurders van verenigingen en stichtingen privé aansprakelijk worden gesteld — zelfs voor fouten van andere bestuursleden. Dat wil je natuurlijk voorkomen. Jaap Scholte, relatiemanager bij ABN AMRO Verzekeringen, deelt daarom in dit artikel zijn checklist: ‘Ga goed na of en welke risico’s je met de WBTR loopt en onderneem waar nodig actie.’

Actie vereist vóór 1 juli: regel de WBTR

Ben jij bestuurder van een vereniging of stichting? Dan heb je tot 1 juli 2026 om te voldoen aan de WBTR. Na deze datum moeten alle regels volledig zijn ingevoerd. Voldoe je hier niet aan, dan kun je persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor bestuursbesluiten. Controleer daarom nu of jouw organisatie volgens de WBTR werkt en onderneem op tijd actie. Zo voorkom je risico’s voor jezelf. 

Wat is de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen?

De WBTR is een wet voor besturen van verenigingen en stichtingen. De overheid wil hiermee fraude en slecht bestuur voorkomen. Jaap: ‘De nieuwe regels en verplichtingen over taken, bevoegdheden en aansprakelijkheid moeten misstanden onmogelijk maken. Denk aan ‘een greep uit de kas’ en vriendjespolitiek.’

Waarom de WBTR?

Jaap: ‘Het wetsvoorstel was een reactie op een aantal incidenten. Bij een woningbouwvereniging, een thuiszorgorganisatie en een onderwijsgroep konden bestuurders zichzelf verrijken of frauderen en brachten daarmee hun instelling in grote financiële problemen. Met deze wet wil de overheid dergelijke incidenten voorkomen.’

Voor wie geldt de WBTR?

De WBTR geldt voor alle besturen van stichtingen en verenigingen. In Nederland zijn er honderdduizenden stichtingen en verenigingen, van heel groot tot heel klein: van de Hartstichting tot de woningbouwvereniging tot de curlingvereniging.


Checklist WBTR: wat moet je aanpassen?

Natuurlijk wil je het risico verkleinen dat je als bestuur onbewust de fout ingaat. Daarom hebben wij een checklist ontwikkeld met punten uit de WBTR die jouw aandacht vragen. Voor die zaken doe je er verstandig aan de statuten aan te passen, zodat je de regels en afspraken zwart-op-wit hebt staan. Dat moet je in ieder geval doen voor de belangrijkste vijf punten:

1. Regel tegenstrijdige belangen

De WBTR schrijft regels voor bij tegenstrijdige belangen. Als een bestuurder een persoonlijk belang heeft dat in strijd is met het belang van de instelling, mag die bestuurder op dat punt niet meebeslissen. Neem dit op in je statuten.

2. Leg vast wat je doet bij langdurige uitval

Je moet in je statuten ook vastleggen hoe je omgaat met ‘belet en ontstentenis’ van een bestuurder. Met andere woorden: wat doe je als een bestuurder tijdelijk of blijvend uitvalt? Met deze regeling wil de WBTR continuïteit van bestuur garanderen. 

3. Controleer je toezichthoudend orgaan

Niet iedere stichting of vereniging heeft toezicht, zoals een Raad van Toezicht of Raad van Commissarissen; vooral de kleinere niet. De WBTR stelt een toezichthoudend orgaan niet verplicht, maar schrijft regels voor als je die wel hebt.

4. Schrap de meerderheidsstem

Eén bestuurder mag nooit meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuurders samen. Zo voorkomt de WBTR machtsmisbruik.  

5. Verruim ontslaggronden

Stichtingen die geen aandeelhouders of ledenvergadering hebben, kunnen bestuurders die hun taken niet goed uitvoeren, eenvoudiger ontslaan. 

Meer informatie vind je op www.wbtr.nl. 

 

Let op het aansprakelijkheidsrisico

De WBTR heeft ook gevolgen voor jou persoonlijk. Houdt een bestuurder zich niet aan de regels en ontstaat er schade? Dan kan die bestuurder aansprakelijk worden gesteld. 

Maakt één bestuurder financiële schade? Dan kijkt de rechter hoe dit heeft kunnen gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin een bestuurslid een malafide aannemer heeft ingeschakeld. Of waarbij hij of zij verenigingsgeld voor privé-uitgaven heeft gebruikt. Heeft het bestuur zijn zaken niet op orde? Dan kan de rechter alle bestuursleden aansprakelijk stellen. Daarbij maakt het niet uit of je betaald wordt als bestuurder of alleen een kleine onkostenvergoeding krijgt.

Claims tegen bestuurders nemen toe

Het aantal rechtszaken tegen bestuurders en commissarissen groeit. Dat niet alleen: ze worden daarbij ook steeds vaker door de rechter aansprakelijk gesteld. Ook worden steeds hogere schadevergoedingen gevraagd en door de rechter toegewezen. Bovendien: sinds de invoering van de WBTR zijn bestuurders van verenigingen en stichtingen net zo aansprakelijk als die van commerciële ondernemingen. 

 

Hoe verlaag je bestuurdersrisico’s?

Het risico dat jouw bestuur privé aansprakelijk wordt gesteld, wil je natuurlijk voorkomen. Hieronder deelt Jaap drie tips om dit risico te verkleinen. 

1. Maak goede afspraken

Jaap Scholte heeft veel bestuurders gesproken over de risico’s die ze lopen. ‘In sommige verenigingen blijken behoorlijke bedragen om te gaan. Denk aan een watersportvereniging die ook de havengelden int. Het bestuur bestaat meestal uit goedwillende vrijwilligers, die weinig of geen zakelijke expertise hebben. Dan kan er dus weleens iets misgaan. En zelfs met een kleine kas moet een bestuur nadenken over de risico’s. Wanneer het onderling vertrouwen eenmaal is geschaad, heeft dat een heel groot negatief effect op de vereniging. Dat kun je voorkomen door vooraf goede afspraken te maken.’ 

2. Pas statuten aan

Wanneer die goede afspraken er zijn, is de volgende vraag: zijn de statuten aangepast aan de WBTR? Zo niet, dan moet je dit laten doen bij de notaris. Hiervoor kun je het stappenplan van WBTR.nl volgen; deze is ontwikkeld in samenwerking met juristen en een notaris. Jaap: ‘Besturen die het stappenplan volgen, hoeven daardoor niet zelf een jurist in te schakelen om te weten wat de WBTR voor ze inhoudt. Dat geldt ook voor de standaard statuten die je kunt vinden in het stappenplan. Wanneer je die gebruikt, hoef je alleen de formalisering door de notaris te betalen; dat scheelt hoge advieskosten.’ 

3. Sluit bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af

Krijg je als bestuurder te maken met een aansprakelijkheidsclaim? Dan keert je particuliere aansprakelijkheidsverzekering (AVP) niet uit. Ook kun je niet terugvallen op je rechtsbijstandsverzekering. Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering doet dit wel. Sterker nog: het hoofddoel van deze verzekering is bescherming bieden van het privévermogen van bestuurders, commissarissen en toezichthouders. Dat is niet alleen prettig voor hen, maar ook voor de vereniging of stichting zelf. Want als een schadebedrag hoger is dan het privévermogen van de betrokken bestuurder, hoeft de vereniging of stichting daar niet voor op te draaien.

 

Conclusie: wat moet je nu doen?

Jaap Scholte: ‘Ik raad je als bestuurder aan om zo snel mogelijk een kritische blik te werpen op je statuten, reglementen en gemaakte afspraken. Dan weet je zeker dat je op de juiste manier bestuurt, namelijk: volgens de wet. Bovendien: wat niet op papier staat, bestaat niet.’ Twijfel je over je aansprakelijkheidsrisico’s? Neem dan contact op met je verzekeringsadviseur. Hij vertelt je graag meer over hoe je die risico’s kunt beperken en/of verzekeren. 

Jouw risico's als bestuurder verkleinen?

Sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering bij ons af

Ook interessant