Ga direct naar de inhoud

Een camera ophangen bij je bedrijf: dit zijn de regels

Camera afwegingskader.jpg

Een camera kopen, ophangen en klaar, toch? Ja en nee. Het zelf installeren van een camera is relatief eenvoudig, maar aan het gebruik van de beelden zitten veel regels. Je moet niet als een kip zonder kop camera’s lopen plakken, vindt Rodney Haan van Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).

Het ophangen van een camera betekent volgens Rodney het betalen voor het gevoel van veiligheid. Een camera kan een afschrikwekkende werking hebben voor de gelegenheidscrimineel: iemand die eenmalig een inbraak doet. Maar voor de zware criminaliteit maakt een camera weinig uit. Dat gevaar blijf je lopen. 

 

De regels voor het ophangen van een camera

Met cameratoezicht kun je na een inbraak een persoon herkennen of een persoon detecteren die op dat moment daar niet hoort te zijn. Maar denk er niet te makkelijk over: er zitten wettelijke eisen aan het gebruik van camera’s. Zo mag je alleen je eigen bezittingen in beeld brengen. Als ondernemer is het daarom lastig om een inbreker in beeld te brengen die in de straat aan komt lopen.

Voor een zzp’er die bij de eigen woning een camera ophangt, betekent het dat cameratoezicht alleen is toegestaan op de eigen voordeur, in huis en in de tuin. Bij een kleine ondernemer, bijvoorbeeld een groenteboer, mogen alleen de winkel en de pui waar groenten uitgestald staan in beeld gebracht worden. Bij een groot kantoorpand geldt hetzelfde: alleen de ruimte die bij het kantoorpand hoort mag worden gefilmd. De regels zijn voor een zzp’er, kleine ondernemer of groot bedrijventerrein hetzelfde: de privacy van buitenstaanders mag niet geschonden worden. Zelfs de privacy van iemand die voor jouw pand de hond uitlaat, kun je met het ophangen van een camera schenden.

Drie andere regels voor cameratoezicht zijn:

  1. Cameratoezicht moet kenbaar gemaakt worden met een bordje of duidelijk zichtbare camera
  2. Beelden mogen maximaal 28 dagen bewaard worden
  3. Het doel voor cameratoezicht moet duidelijk zijn: bewaken, beveiligen of beschermen

 

Camera ophangen of niet: het afwegingskader

Het afwegingskader is een hulpmiddel om concrete stappen te zetten in je veiligheidsvraag. Het is geen handleiding. Het kader kijkt naar proportionaliteit en subsidiariteit.

Proportionaliteit gaat over of de keuze voor een camera gerechtvaardigd is als je kijkt naar de omvang van het probleem; ben je met een kanon op een mug aan het schieten, of is een camera echt nodig? Een ondernemer zegt vaak direct: het zijn mijn spullen, die zijn belangrijk en daarom is een camera een goed idee. Maar hoeveel risico lopen de spullen nou echt? En hoeveel moeite kost het als je de maatregel van een camera vergelijkt met alle regels die erbij komen kijken?

Subsidiariteit gaat over de maatregelen die mogelijk zijn. Hoe verminder je criminaliteit en is een camera daarbij echt de enige optie? Denk bijvoorbeeld ook aan het installeren van een alarmsysteem of het beter afsluiten van de werkruimte. Als je deuren hebt die met een zuchtje wind opengaan, dan ben je niet goed beveiligd. Is de camera dan echt de enige optie, of zijn er andere maatregelen te nemen?

Een ander onderdeel is het Privacy Impact Assessment (PIA). Stel: je hebt een klant in de winkel die zegt: ‘ik wil dat je mijn beelden verwijdert.’ Dan moet je daar een protocol voor hebben. Hierin staat waarom je camera’s hebt, wat de risico’s zijn waarvoor je camera’s hebt geïnstalleerd en wat je eraan doet om de privacy van anderen te beschermen. Je moet kunnen aantonen hoe lang je beelden bewaart en dat je over de impact van jouw camera’s voor anderen hebt nagedacht. De PIA geldt voor alle camera-eigenaren die persoonsgegevens verwerken: zowel de overheid als ondernemers. De meeste ondernemers hebben dit niet, omdat ze het niet weten of omdat ze denken dat de impact die de camera’s hebben op bezoekers heel minimaal is. Zonder PIA is je verantwoording voor een camera niet compleet.

 

Is een camera ophangen het wel waard?

Er is geen simpel antwoord op deze vraag. Een camera ophangen brengt regels met zich mee. Een ondernemer wil een crimineel zo goed mogelijk in beeld brengen en installeert daarom het liefst camera’s die ook gericht zijn op de openbare weg. Zodra iemand immers eenmaal op je terrein is, is het te laat. Wil je wel camera’s op de openbare weg zetten? Dan kan dat in samenwerking met de gemeente. Dat noemen we publiek-privaat cameratoezicht.

De regels voor het ophangen van een camera ontmoedigen veel ondernemers, maar dat is nergens voor nodig, vindt Rodney. Je mag een camera plaatsen, zolang de camera gericht is op je eigen terrein. Ondernemers kopen het gevoel van veiligheid af met camera’s, is zijn conclusie. Maar cameratoezicht is niet de heilige graal. Slim nadenken is de beste raadgever. Zorg voor goed hang- en sluitwerk, houd waardevolle spullen uit het zicht en zorg dat je geen makkelijk doelwit bent. Bij een woonhuis zet je ook geen lange ladder onder een open raam als je niet thuis bent.

Geschreven door

Ook interessant

CSRD (stappenplan)

  • wetgeving
  • verduurzaming